Calçots, dat zijn zachte en zoete uien. Ze zijn lang en lijken een beetje op prei en lente-ui. Het eten van de calçots wordt meestal gedaan tijdens een Catalaanse volksfeest, genaamd 'calçotada'.  Dit feest vindt voornamelijk plaats in de maanden januari, februari en maart.

 

Om de calçots te bereiden moet je ze grillen op vlammen van de grill. We weten dat ze klaar zijn als de buitenste laag zwart wordt en er een soort schuim begint te vormen. Eenmaal gegrild, pak je ze in groepen van ongeveer 25 eenheden en laat je ze in een krant gewikkeld op zijn minst een half uur sudderen in zijn eigen warmte. Voordat je ze gaat eten moet je de buitenste verbrande laagjes afschillen. Hiervan worden je handen volledig zwart. Je eet de calçots samen met een speciale saus  op basis van amandelen, pinda’s, hazelnoot, geroosterde knoflook en olijfolie (romesco)

 

Samen met de calçots eet je tijdens een calçotada meestal 'pa amb tomàquet' (brood met tomaat), vlees zoals 'botifarres' (worsten), aardappelen en groenten. Dit alles wordt gegrild op het houtskool dat overblijft na het maken van de calçots.